|
| |
HOME \ ONTDEK LILLE \ Monumenten |
| |
|
|
Het Palais Rihour (Hoofdkantoor van de Toeristische Dienst) |
|
|
|
 |
 |
 |
|
Place Rihour Dit is de enige architecturale getuige uit de tijd dat de hertogen van Bourgogne over Lille regeerden. Aan de bouw ervan werd in 1453 door Philips de Goede begonnen en twintig jaar later rondde Karel de Stoute hem af. De gebouwen vormden toen een enorme vierhoek rond een binnenplein.
In de 16e en 17e eeuw werd het paleis verwaarloosd, maar in 1664 werd het paleis aangekocht door de Magistraat en werd het stadhuis. Illustere gasten, zoals Hendrik VIII, Karel de Vijfde en Lodewijk XV hebben er verbleven.
Place Rihour
In 1700 werd het beschadigd door een brand en daarna in 1846 verbouwd door de Rijselse architect Charles Benvignat, waarna het gemeentehuis werd tot aan de noodlottige brand van 1916. Alleen de staatsietrap en de twee boven elkaar gelegen kapellen zijn ontsnapt aan de vlammen. Op de begane grond ís in de kapel beneden, die Salle des Gardes (Wachtzaal) heet, tegenwoordig het Office de Tourisme (VVV-kantoor) gevestigd. Op de eerste verdieping bevindt zich de Salle du Conclave (Vergaderzaal), de oude hertogelijke kapel, die grenst aan een door oude glas-in-loodramen verlichte sacristie.
Aan de voorkant zijn de monumentale trappen met rechte traparmen al een voorbode van de Renaissance, terwijl de kapellen in flamboyant gotische stijl zijn.
De Salle des Gardes (het VVV-kantoor) is dagelijks geopend (behalve op 1 januari, 1 mei en 25 december). Van maandag tot zaterdag van 9u30 tot 18u30 en op zondag en feestdagen van 10 tot 12 uur en van 14 tot 17 uur.
De Salle du Conclave is geopend van maadag tot vrijdag van 9 tot 12 uur en van 14 tot 17 uur, en op zaterdag en zondag van 10 tot 12 uur en van 14 tot 17 uur. Deze tijden kunnen gewijzigd worden, al naar gelang de evenementen die er plaatsvinden.
|
|
|
|
|
|
De Oude Beurs |
|
|
|
 |
 |
 |
|
Place du General de Gaulle (Grand' Place)
Dit is zonder twijfel het mooiste monument van de stad.
In 1651 werd besloten tot de bouw ervan om onderdak te bieden aan de mensen in de handel en financiën, die tot dan toe gewend waren elkaar in de buitenlucht te ontmoeten. De bouw werd in 1652-1653 toevertrouwd aan de architect Julien Destrée.
Hoewel het gebouw een geheel lijkt, bestaat de Beurs in werkelijkheid uit vierentwintig identieke huizen, gebouwd op kosten van vierentwintig kooplieden. Deze huizen vormen een vierhoek rond een binnenplein met bogen, waarvan de rust contrasteert met de drukte in de straten eromheen. Men kan het binnenplein betreden door vier poorten met daar bovenop Vlaamse leeuwen, die herinneren aan het feit dat de stad bij de Nederlanden heeft gehoord.
Het weelderige gebeeldhouwde decor van de polychrome gevels biedt een oneindige variëteit van pilasters versierd met atlanten en kariatiden. De frontons boven de ramen zijn nu eens gewelfd, dan weer driehoekig en ze zijn versierd met bolle randversieringen, met slingers van bloemen en sappige vruchten in de stijl van de Vlaamse Renaissance.
De binnenplaats van de Vieille Bourse is elke middag geopend van dinsdag tot zondag. Er is een tweedehands boekenmarkt en soms vindt men er schakers. Van juli tot september worden er op zondagavond van 19 tot 22 uur tangoavonden gehouden.
|
|
|
|
|
|
De Godin |
|
|
|
 |
 |
 |
|
Place du General de Gaulle (Grand'Place)
Deze zuil midden op het Grand Place is opgericht ter herdenking aan de belegering van Lille door de Oostenrijkers in september 1792. In haar rechterhand houdt de bronzen Godin een 'lontstok' die gebruikt werd om de lont van de kanonnen aan te steken. Met haar linkerhand wijst ze naar een inscriptie die in het voetstuk is gegraveerd: het moedige antwoord van de burgemeester van Lille, André, die weigerde om zijn belegerde stad over te geven. Deze overwinning werd ook begroet door de Convention Nationale, het eerste Franse parlement na de revolutie van 1789, en wel met de woorden dat “Lille wel degelijk een vaderland verdiend had”. Het door de architect Charles Benvignat getekende monument werd opgericht in 1845. De beeldhouwer van de Godin is Théophile Bra uit Douais, die ook de twee bas-reliefs op de Arc de Triomphe in Parijs heeft gemaakt. |
|
|
|
|
|
|
|
De Opera |
|
|
|
 |
 |
 |
|
 Place du Théâtre
In 1907, nadat het theater was afgebrand, kreeg de Rijselse architect Louis-Marie Cordonnier opdracht om een Opéra te bouwen in de geest van de werken van Charles Garnier in Parijs en Monte-Carlo.
Het gebouw werd net voor de Eerste Wereldoorlog uitgevoerd en in 1914 ingewijd door de Duitsers en voor de tweede keer door de Fransen in 1923.
Op het fronton boven de voorgevel is het beeldhouwwerk van Apollo omringd door zijn muzen van de beeldhouwer Hippolyte Lefebvre. De allegorie van de Muziek aan de linkerkant is van Amédée Cordonnier en die van de Tragedie is van Hector Lemaire.
De Opéra is sinds december 2003 heropend na een restauratie van zes jaar. Binnen vindt u een monumentale trap en een rijk versierd decor in de stijl van Lodewijk XVI van marmer, stucwerk, brons, goud en schitterend kristal.
De zaal in Italiaanse stijl is een van de laatste voorbeelden die in Frankrijk gemaakt zijn en biedt plaats aan 1136 toeschouwers.
Buiten de voorstellingen om kan de Opéra bezichtigd worden tijdens de drie open dagen of weekenden die tijdens het seizoen georganiseerd worden. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De kathedraal Notre-Dame de la Treille |
|
|
|
 |
 |
 |
|
Place Gilleson
In 1854 ontstond het idee om er een grandioze basiliek te bouwen, gewijd aan de aanbidding van de heilige maagd. Sinds de middeleeuwen is er in Lille een beeld van haar bekend dat op wonderbaarlijke wijze beschermd werd door een ijzeren hekwerk (een treillis, vandaar de naam Notre-Dame de la Treille).
De stijl die de architecten moesten gebruiken is precies die van de gothiek uit de 13e eeuw, naar het voorbeeld van de kathedralen van Reims, Amiens en Chartres. De afmetingen van het eerste plan waren een farao waardig: 132 meter lang en de spitsen reiken tot meer dan 115 meter. Oorlogen en financiële problemen wonnen het echter snel van deze plannen. Na de oprichting van het bisdom Lille in 1913 wordt de basiliek kathedraal, maar de bouw, hoewel teruggebracht naar veel bescheidener schaal, blijft maar voortduren en de kathedraal blijft onvoltooid.
Er moest gewacht worden tot de jaren 90 van de 20e eeuw voordat de hoofdgevel kon worden uitgevoerd na een openbare aanbesteding. Deze gevel, een ontwerp van de Rijselse architect Pierre-Louis Carlier, is ingewijd in 1999 en is het resultaat van een stout staaltje van techniek, mogelijk geworden dankzij de samenwerking van Peter Rice (ingenieur van de Opera in Sydney en van het Centre Pompidou in Parijs). Het middendeel bestaat uit een 30 meter hoge spitsboog, bekleed met 110 platen wit marmer van 28 millimeter dik, die gesteund wordt door een metalen structuur. Vanaf de binnenkant onthult deze doorschijnende gordijngevel een verrassende oranjeroze kleur.
Het roosvenster bovenin over het thema van de Wederopstanding is het werk van de schilder Ladislas Kijno. Het portaal is van de joodse beeldhouwer Georges Jeanclos.
De kathedraal is dagelijks geopend van 9u30 tot 12 uur en van 14:00 tot 18:30 uur (op donderdag doorlopend en in de zomer tot 19:00 uur).
http://www.cathedralelille.com/ www.grandorgue.com
|
|
|
|
|
|
Het stadhuis en belfort |
|
|
|
 |
 |
 |
|
Place Roger Salengro
De klokkentoren van het stadhuis van Lille is sinds september 2005 opgenomen op de lijst van werelderfgoederen van UNESCO, samen met 22 andere klokkentorens in Noord-Frankrijk.
Na de brand in het Palais Rihour in 1916 besluit het gemeentebestuur om een nieuw stadhuis te bouwen in de volkswijk Saint-Sauveur, die bijzonder zwaar getroffen was door de bombardementen tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Het door de architect Emile Dubuisson ontworpen stadhuis schijnt groots door de grote afmetingen en de ingenieuze indeling. Het is tussen 1924 en 1932 gebouwd onder het mandaat van Roger Salengro en het mengt de erfenis van lokale tradities (driehoekige puntgevels, polychromie, openingen met middenstijlen of met korfbogen) met moderniteiten door het gebruik van beton voor de structuur en het decor.
De toepassing van beton maakt het overigens mogelijk om een zeer functionele opvatting te ontwikkelen over de binnenruimte. Het gebouw is georganiseerd rond een galerij van 143 meter lang die door twee rijen zuilen met art-nouveaumotieven in drie schepen verdeeld is. De grote lijnen van het decor hebben in het algemeen art-deco-accenten.
Een mooie collectie moderne kunst siert de trappenhuizen, gangen en gemeentelijke zalen. Een fresco van de IJslandse artiest Erro vertelt in een stripverhaal de bewogen geschiedenis van de stad.
De klokkentoren (het belfort) is tussen 1929 en 1931 gebouwd en ingewijd in 1932. Het was het eerste Franse gebouw van meer dan 100 meter hoog van gewapend beton. Met zijn 104 meter is dit de hoogste klokkentoren van de streek. Ontworpen als een echte 'wolkenkrabber in Vlaanderen' is hij tegelijkertijd een symbool voor de gemeentelijke vrijheden en een herkenningspunt voor de hele metropool van Lille. In het voetstuk zijn de reuzen gebeeldhouwd die de stad hebben gesticht, Lyderic en Phinaert.
Het stadhuis is geopend van maandag tot vrijdag van 8 tot 17 uur en op zaterdag van 8 tot 12 uur.
De klokkentoren kan het hele jaar door onder leiding van een gids bezocht worden op zaterdag en zondag om 10u30 en 11u30 (aanmelden verplicht bij de Dienst Toerisme).
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
la Maison Coillot |
|
|
|
 |
 |
 |
|
14 rue de Fleurus
Prachtig voorbeeld van de Jugendstil. Dit huis werd gebouwd door Hector Guimard, die vooral beroemd is voor zijn decors in de metro van Parijs. Ontworpen op verzoek van de pottenbakker Coilliot voor wie het een modelhuis moest zijn. De geëmailleerde lavasteen prijst zijn vakmanschap aan.
|
|
|
|
|
|
Euralille |
|
|
|
 |
 |
 |
|
De wijk Euralille, aan het eind van de jaren ´80 van de 20e eeuw ontworpen door de Nederlandse stedenbouwkundige en architect Rem Koolhaas, is gegroepeerd rond het TGV-station Lille Europe (architect: Jean-Marie Duthilleul). De futuristische lijnen van dit nieuwe 'stuk stad' zijn het symbool geworden van de verandering van de oude industriële agglomeratie in een metropool in de dienstensector.
Transparantie is het toverwoord van de verschillende bouwwerken waaruit de wijk bestaat. Glas is alom aanwezig, in combinatie met ruwe materialen zoals vooral beton en staal.
Prestigieuze namen uit de moderne architectuur hebben de belangrijkste gebouwen getekend : Christian de Portzamparc voor de toren van Crédit Lyonnais, Claude Vasconi voor de toren Lilleurope en Jean Nouvel het winkelcentrum Euralille. Rem Koolhaas is ook de ontwerper van Lille Grand Palais, een grote ellips, waarin men onder hetzelfde dak een congrescentrum, een expositiepark en een theaterzaal kan vinden.
Vanaf het viaduct Le Corbusier (architect: François Deslaugiers) heeft u uitzicht over het gehele park Matisse. Deze tuin van 8 hectaren groot, een ontwerp van de landschapsarchitect Gilles Clément, komt uit bij de Porte de Roubaix (1620). In het midden ervan ligt een ontoegankelijk eiland van 2500 m² op 7 meter hoogte, dat vrij blijft van elke menselijke interventie.
Place François Mitterrand, tussen het station Lille Europe en het winkelcentrum, de veelkleurige reuzentulpen van de Japanse kunstenaar Yayoi Kusama zijn een blijvend kunstwerk van lille2004 Culturele hoofdstad van Europa.
|
|
|
|
|
|
De maisons Folie |
|
|
|
 |
 |
 |
|
Maison Folie van Wazemmes : 70 rue des Sarrazins.
Maison Folie van Moulins : 47 / 49 rue d’Arras.
Ter gelegenheid van lille2004 Culturele hoofdstad van Europa zijn er 12 Maisons Folie opgericht in de hele regio Nord-Pas de Calais en in België.
Dit zijn nieuwe plekken in het teken van creatie, verspreiding en ontmoeting midden in de wijken en ter beschikking gesteld aan kunstenaars, verenigingen en bewoners. Er zijn daar expositieruimtes, repetitieruimtes, huizen voor kunstenaars, theaterzalen, enz.
In Lille zijn de twee Maisons Folie gevestigd op weer in gebruik genomen, braakliggende industrieterreinen. Het Maison Folie in de wijk Wazemmes is een voormalige spinnerij, uitgebreid met een modern gebouw, gemaakt door het Nederlandse architectenbureau NOX, herkenbaar aan de golvende metalen schaal. Op de gewelfde, bakstenen vloer van de oude fabriek is nu een oriëntaalse hammam gevestigd. In de wijk Moulins is het een voormalige brouwerij-mouterij, waarvan de rond een binnenplein gelegen gebouwen nog getuigen van de architecturale zorg die in de 19e eeuw werd besteed aan industriële gebouwen.
|
|
|
|
|
|